109 - En ding weet ik
 
1 Eens zag de Heer mij, arm en blind,
Gans beroofd van 't ogenlicht,
Ik smeekte: „Heer, gedenk ook mij.
Op U is mijn hoop gericht.”
 
Refrein Hij kocht mij vrij (Hij kocht mij vrij)
En heelde mij (en heelde mij).
En ding weet ik: dat ik blind was en nu zie (en nu zie).
'k Prijs Hem, die mijn zonde droeg.
'k Weet n ding, dat is genoeg:
Dat ik blind was en nu zie.
Dat ik blind was, dat ik blind was en nu zie.
 
2 Hij legde Zijn doorboorde hand
Op mijn ogen, geest'lijk blind,
De sluier viel en 'k zag 't gelaat,
Van Gods Zoon, die mij bemint.
 
3 Nu zie 'k Zijn liefde, helder, klaar,
Want de zondemist is heen.
Hij nam mijn blindheid weg voorwaar,
En verhoorde mijn geben.
 
4 Nu prijst mijn hart het Bloed van 't Lam,
Dat mij heelde, o glorie,
Ja, ik weet een ding, halleluja,
Dat 'k blind was en nu zie.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)