92 - De vrucht van Golgotha
 
1 Ik zing van een vrede zo groot (zo groot),
Die nimmer de wereld mij bood (mij bood).
Een tedere stroom van gena,
De vrucht van Golgotha.
 
Refrein Vree, vree, vree, vree!
Vrucht van het Goddelijk kruis (Godd'lijk kruis)!
Ons leven, verborgen in God,
Schenkt vreed' en zalig genot.
 
2 Het kruis bracht verzoening met God (met God),
Vervulling van 't hoogste gebod (gebod).
Nu rust ik in 's Heren gena,
De vrucht van Golgotha.
 
3 Die vrede vervult steeds mijn hart (mijn hart),
Al drukt mij verzoeking of smart (of smart).
Ik zing van die vree vroeg en spa,
De vrucht van Golgotha.
 
4 O, zondaar, kom zoek toch Gods vree (Gods vree)
En reis met Gods kinderen mee (ja mee).
O rust in Zijn vree en gena,
De vrucht van Golgotha.