60 - Ik weet één ding slechts, Heer
 
1 Ik weet één ding slechts Heer, dat 'k U bemin.
'k Ben gans de Uwe Heer, met ziel en zin.
Niets kan mij scheiden ooit van Uw gena,
Die 't al voor mij volbracht, op Golgotha.
 
Refrein In ied're wolk omhoog, straalt zacht Uw gouden boog,
Die mij vertroosten wil in 't uur van smart.
Niets kan mij scheiden meer, van Uwe liefd' o Heer.
'k Leg op Uw altaar neer, mijn ganse hart.
 
2 Ik weet één ding slechts Heer, dat Gij mij mint,
Ik ben Uw eigendom, Uw eigen kind.
Hoe groot mijn zonden zijn weet Gij alleen,
Maar Gij vergaaft ze mij op mijn gebeên.
 
3 Mijn trouwste Vriend zijt Gij, mijn hulp in nood.
Steeds gaat Gij aan mijn zij tot in de dood.
In 't dal der schaduwen zijt Gij mijn staf.
Uw trouwe liefde reikt tot over 't graf.