56 - Mijn Heer en ik
 
1 Mijn Jezus is mijn „Alles”,
Mijn glorie en mijn lied.
Zijn teed're liefde troost mijn hart
Bij kommer en verdriet.
'k Kan buiten Hem niet leven meer,
Geen uur, geen ogenblik.
Wij gaan tezaam door 't leven,
Mijn Heer en ik.
 
2 Hij kent mijn ganse harte,
Zijn liefd' is eeuwig mijn.
Slechts één begeerte kent mijn ziel:
Met Hem vereend te zijn.
Niets kan mij van Hem scheiden ooit,
Geen wolk of satansstrik,
Wij gaan tezaam door 't leven,
Mijn Heer en ik.
 
3 Hij deelt mijn vreugd en lijden,
Draagt alles met mij mee.
Mijn beker vult Hij met gena,
Met zaligheid en vree.
Steeds zie 'k Zijn vriend'lijk aangezicht,
Voel ik Zijn teed're blik.
Wij gaan tezaam door 't leven,
Mijn Heer en ik.
 
4 Hij leeft in mij Zijn leven,
Want 'k ben gekruisd met Hem.
Ik volg Hem op het smalle pad,
Naar 't nieuw Jeruzalem.
Op Hem wil ik vertrouwen steeds,
Tot aan mijn laatste snik.
Zo gaan wij saam door 't leven,
Mijn Heer en ik.