55 - En Henoch wandelde met God
 

Vers 1
Bes              F7     Bes7sus4 Es
Ik wandel als Henoch met  Je  -  zus,
F7                            Bes
In 't hemelse licht van Gods troon,
                    F7   Bes7sus4  Es
En 'k zing met de engelen   me  -  de,
    Bes          F           Bes
Een loflied tot eer van Gods Zoon.
Refrein
Bes                                  F7
Neen, niets kan mij van Jezus ooit scheiden,
                                     Bes
Want Zijn liefde blijft steeds mij geleiden.
                           D7
Ied're schaduw wijkt voor licht,
           Gm        Bes7   Es
Van Zijn vriend'lijk aan-gezicht,
A7     Bes    F7       Cm C7      F7 Bes
Als ik wandel met mijn Je-zus als He-noch.
Vers 2
Waar is een gemeenschap zo zalig,
Als deze: te wand'len met God,
Mijn wil in de Zijne verzonken,
Te doen naar Zijn Woord en gebod.
Vers 3
Ik wandel steeds voort met mijn Heiland,
Steeds hoger tot straks door de poort,
Van 't nieuwe Jeruz'lem hier boven.
'k Zal ingaan in 't hemelse oord.
Vers 4
Ja, 'k wandel met Hem op de hoogweg.
De wereld ligt ver achter mij,
En niets kan mijn ziel meer beminnen,
Dan Jezus, die gaat aan mijn zij.