Glorieklokken 50 - U zij de glorie

Vers 1

Es              Bes7     Es Bes
U zij de glorie, op-gestane Heer!
Es      Bes7 Es     As Es Bes Bes7     Es
U zij de vic-torie, nu en im   -   mermeer.
                 Bes7 Cm   G7    Cm  Fm6 Cm G7
Uit een blinkend stro-men daald' een en-gel af,
 Cm            Cm7  F7    Bes    Es  F  F7    Bes
Heeft de steen ge - nomen van 't verwon - nen graf.
Es              Bes7     Es Bes
U zij de glorie, op-gestane Heer!
Es      Bes7 Es     As Es Bes Bes7     Es
U zij de vic-torie, nu en im   -   mermeer.

Vers 2

Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
Hij brengt al de Zijnen in Zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren, blijd' en welgezind,
en zegt telkenkere: Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.

Vers 3

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
Die mij heeft genezen, Die mij vrede geeft?
In Zijn godd'lijk wezen is mijn glorie groot,
Niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer!