47 - Nooit alleen
 
1 'k Ben nimmer alleen, de Heer is nabij,
Bij zonschijn of duist're nacht.
Ik rust in Zijn trouw en zie naar omhoog,
Waar hemels geluk mij wacht.
 
Refrein Nimmer alleen,
'k Ben nimmer alleen, want Hij is nabij,
Nimmer alleen.
In nood en gevaar is Hij aan mijn zij,
Hij vat mijn hand,
In Zijn kracht houd ik stand, want Hij vat mijn hand.
'k Ben nimmer, neen nimmer alleen.
'k Ben nimmer, neen nimmer alleen.
 
2 'k Ben nimmer alleen, de Heer is nabij,
Bewaart me in 't verzoekingsuur.
Hij sterkt mijn geloof, vervult mij met kracht,
En doopt mij met Geest en vuur.
 
3 'k Ben nimmer alleen, de Heer is nabij,
En troost steeds Zijn eenzaam kind.
De traan wist Hij af van 't moegeweend oog,
Daar Hij mijne ziel bemint.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)