27 - Hebt ge uw ziel voor de Heiland ontsloten?
 
1 Hebt g' uw ziel voor de Heiland ontsloten
En bespreekt g' uw geheimen met Hem?
O, Hij luistert met teder erbarmen
Naar de klank van uw bevende stem.
Al uw zonden wil Jezus vergeven,
Als ge knielt vol berouw aan Zijn voet.
Geef uw leven, o ziele, aan Jezus,
Die u rein wast van schuld met Zijn Bloed.
 
2 Hebt g' uw ziel voor de Heiland ontsloten?
Gun uw Meester een blik in uw hart.
Openbaar Hem uw kommer en noden.
Hij, uw Heiland verstaat uwe smart.
O, vertel Hem oprecht van uw struik'ling,
Van verzoeking in duistere nacht,
En Zijn goedheid zal teer u vertroosten,
Als ge pleit op Zijn liefde en macht.
 
3 Hebt g' uw hart voor de Heiland ontsloten?
Gaaft g' uw al reeds voor eeuwig aan God?
Nooit zal Jezus de ziele verlaten,
Die zich houdt aan Zijn Woord en gebod!
Leg uw nood aan het hart van de Meester.
Tot de golven spreekt Hij: „Zwijgt, weest stil!”
O, Zijn hand droogt vol liefde uw tranen,
Als ge u buigt voor Zijn heilige wil.