22 - Hij redde mij
 
1 Eens toen ik leefd' in zondemacht,
Kwam Jezus tot mij, vriend'lijk zacht.
Hij sprak: „Mijn kind, Ik kocht u vrij”,
Prijst Hem, Hij redde mij (Hij redde mij).
 
Refrein Uit drijvend zand trok Hij mijn voet,
En wies mij, arme, in Zijn Bloed.
Hij maakte mij van banden vrij.
O prijst Zijn Naam, Hij redde mij!
 
2 Hij klopte lang reeds aan mijn hart,
Toen 'k nog in zonden was verward.
Ik zocht Hem niet, maar Hij zocht mij.
Prijst God, Hij redde mij (Hij redde mij).
 
3 De mens schonk Hem als enig loon
Een smaad'lijk kruis en doornenkroon.
Toch bleef Zijn liefd' ons steeds nabij.
Prijst God, Hij redde mij (Hij redde mij).
 
4 Hij gaf Zijn al, geloofd zij God.
Geduldig droeg Hij leed en spot.
Door Hem werd 't pad ten hemel vrij.
Prijst God, Hij redde mij (Hij redde mij).