13 - Als de poort opengaat
 
1 Als de poort open gaat van de eeuwige stad,
Zal 'k Hem zien, die mijn ziel heeft verwacht.
Slechts naar Hem trekt mijn hart,
Die zo lief mij steeds had,
Die mijn licht was in duistere nacht.
 
Refrein Dierbaarste Vriend, tederste Vriend,
Gij kent al mijn vreugde en smart.
Jezus alleen, ja Jezus alleen
Bevredigt de drang van mijn hart (mijn hart).
 
2 Als mijn oog Hem zal zien, die 'k zo teer heb bemind,
Is mijn honger voor eeuwig gestild,
Want naar Hem zucht mijn hart
Onder moeite en smart,
In een wereld verhard en verkild.
 
3 Als de poort opengaat, ijl 'k Hem snel tegemoet,
Met een lach van herkenning zo blij,
En dan kniel 'k aan Zijn voet,
Hij, mijn glorie, mijn al,
Die Zijn leven gaf eenmaal voor mij.
 
4 Ja, kom haastiglijk Heer tot Uw bruid, die U wacht.
Onze lamp is met olie gevuld,
En ons kleed is gans wit
Door het Bloed van het Lam,
Rein gewassen van zonde en schuld!