Glorieklokken 8 - JoŽl II

Vers 1

  C         Cdim C
„Ziet de dag is daar”, spreekt de Heer uw God,
                G7  C   G
„Ik ben God en niemand meer.
    G7         Am     G    C       F
'k Stort Mijn Geest thans uit over alle vlees.
         C     G7         C
Gans de aarde buigt zich neer.”

Refrein

C                            G7
Regen val        met grote kracht.
      Re-gen val     met     gro - te kracht.
                 G7sus4  G7       C
Lang reeds heeft   de   aard' gewacht.
                                F
Giet Uw Geest nu uit, o, mijn dierb're Heer.
       C      G7      C
O, vervul ons tot Uw eer.

Vers 2

„Uwe kind'ren zullen gezichten zien,
Profeteren in Mijn Naam.
Ja, de volk'ren zullen Mij hulde biÍn,
en Mij prijzen al tezaam.”

Vers 3

„Wonderteek'nen zal 'k in uw midden doen,
In de hemel en op aard',
Bloed en vuur en rook, diepe duisternis,
Maar Mijn volk wordt trouw bewaard.”

Vers 4

't Zal geschieden, al wie de Heer aanroept,
Vindt ontkoming door het kruis,
Want op Sions berg is ons plaats bereid
In het eeuwig Vaderhuis.
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)