2 - Het ruwe, oude kruis
 
1 Op een heuvel ver weg,
Zie 'k een ruw houten kruis,
't Is het beeld van schande en smart.
En ik klem m' aan dat kruis,
Want daar stierf eens mijn Heer,
Om te helen gebrook'nen van hart.
 
Refrein Daarom min ik dat ruw' oude kruis,
Daarom min ik dat kruis, dat kruis,
Daarom min ik dat kruis, dat ruw' oude kruis,
Tot verwinnaar 'k zal staan voor Gods troon,
Ja, ik klem m' aan dat ruw' oude kruis,
Ja, ik klem m' aan dat kruis, dat ruw' oude kruis,
Tot omhoog ik het ruil voor een kroon.
 
2 O dat ruw' oude kruis,
Door de wereld veracht,
Dat heeft wond're bekoring voor mij.
Want voor mij ook droeg Hij
Het naar bang Golgotha,
Om te maken van zonde mij vrij.
 
3 Van dat ruw' oude kruis
Vloeide 't reinigend Bloed,
Toen mijn Jezus daar leed en stierf.
Ja 't was Hij, Die aan 't kruis,
O zo wreed en zo ruw,
Mij verlossing en vrede verwierf.
 
4 Aan dat ruw' oude kruis
Blijf ik immer getrouw,
En ik deel in zijn schande en hoon,
Want als 'k volg, waar Hij leidt,
Heeft God thuis mij bereid
Een gans schoon onverwelkbare kroon.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.
De in groen vermelde tekst is een tweede tegenzangpartij.)