Kop
genade
Maak uw keuze:

Genade in overvloed

Romeinen 5:15-17 (NBV):
15 Maar de genade gaat zijn overtreding verre te boven.
Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven,
maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger.
16 Dit geschenk gaat het gevolg van de zonde van één mens verre te boven,
want die ene overtreding heeft tot veroordeling geleid,
maar de genade die na talloze overtredingen geschonken werd, heeft tot vrijspraak geleid.
17 Als de dood heeft geheerst door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen
die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen,
zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens, Jezus Christus.

Efeziërs 1:7-8a (NBV):
7 In Hem zijn wij door Zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade
8a die God ons in overvloed heeft geschonken.

1 Timoteus 1:14 (Statenvertaling-'77):
Doch de genade van onze Heere is zeer overvloedig geweest,
met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.


De gebruikte Bijbelteksten op deze pagina kunt u zichtbaar maken, door er met de muis overheen te gaan. Tenzij er anders is vermeld, is er voor deze teksten gebruik gemaakt van de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV).

De bovenstaande verzen in Romeinen spreken van een overvloedige genade, die we dankzij Jezus Christus ontvangen hebben. De tekst in de brief aan de Efeziërs heeft het over rijke genade, die God in overvloed heeft geschonken. Paulus getuigt in 1 Timoteus 1:14 van de zeer overvloedige genade die hijzelf ontvangen heeft.

In de verzen daarvoor, (1 Tim 1:12-13) lezen wij, waar Paulus onder andere genade voor heeft ontvangen. Indien er iemand veel genade nodig had, dan was hij het wel. Hij had de Heer vervolgd, bespot en beschimpt. De Statenvertaling-'77 zegt dat hij een godslasteraar, een vervolger en een verdrukker was. Toen hij nog zijn oude naam Saulus had, had hij actief deelgenomen aan de vervolging van de christenen. Hij was aanwezig bij de steniging van Stefanus (Hand 7:58) en keurde die goed (Hand 8:1). Hij sleurde de christenen met geweld uit hun huizen en liet hen in de gevangenis opsluiten (Hand 8:3) en trachtte zo de pas ontstane christengemeente te vernietigen. Hij bedreigde de eerste christenen met de dood, vroeg arrestatiebevelen aan de hogepriester en ging op pad, om zelf de christenen te arresteren en hen geboeid (Statenvertaling-'77) naar de gevangenis de brengen (Hand 9:1-2). Hij was bij alle christenen berucht om zijn vervolgingen en ze waren bang voor hem (Hand 9:13-14, Hand 9:26).

Balans
De genade is groter dan de zonde

Paulus had dus nogal het nodige op zijn kerfstok. Toch, en juuist daarom, getuigt hij tegen Timoteüs, dat hij genade in overvloed ontvangen heeft. In Rom. 5:15 (zie bovenaan), zegt hij zelfs, dat de genade, de overtreding verre te boven gaat; met andere woorden. de genade is veel groter dan de overtreding. De balans slaat door in het voordeel van de genade. De genade neemt dus niet alleen alle zonden weg (Jes 1:18, Micha 7:19), maar ze geeft nog een groot aantal extra's. We hebben er momenteel nog geen voorstelling van hoe groot en overvoedig die genade wel niet is (1 Kor 2:9).

De termen "overvloedig" / "in overvloed" / "overvloediger", worden ten aanzien van de "genade" / "gave" op 6 verschillende plaatsen in de Bijbel gebruikt. (In de oorspronkelijke Griekse tekst staat het woord "charis". Dit wordt, afhankelijk van de vertaling die u leest, soms als "genade", en soms als "gave" vertaald.) Deze teksten zijn: Rom 5:17, Rom 5:20, 2 Kor 8:7, 2 Kor 9:8, Ef 1:7-8a en 1 Tim 1:14. Laten we trachten, om aan de hand van Gods Woord te achterhalen, waaruit die overvloedigheid voor ons christenen bestaat.

Overvloedige genade:

Wij ontvangen de Heilige Geest

Het is een geweldige genade dat we de Heilige Geest van God ontvangen hebben (1 Kor 3:16, 1 Kor 6:19).
We zijn met de Heilige Geest gestempeld, zegt de Bijbel (NBG-vertaling en Statenvertaling: "verzegeld") (Ef 1:13).
Er staat een zegel, een stempel van de Heilige Geest op ons.
Dit is een merkteken voor onze redding op de dag der verlossing (Ef 4:30).
De Heilige Geest is het onderpand van onze redding (2 Kor 1:21-22).
Hij is de waarborg voor onze verlossing uit de slavernij der zonden; Hij stelt ons in de vrijheid (2 Kor 3:17).
De Heilige Geest verschaft ons het eeuwige leven (Rom 8:11) en zal ons niet verlaten. (Joh 14:17b).
Het stempel, oftewel het zegel is onze zekerheid.

De Heilige Geest komt onder vele namen in de Bijbel voor (zie de pagina „Namen van de Heilige Geest”).

Er is geen veroordeling maar vrijspraak

Rom 5:16 (zie bovenaan deze pagina) zegt dat de genade tot vrijspraak leidt, ondanks de talloze overtredingen. Dit gaat zelfs zover, dat God onze overtredingen geheel en al vernietigt (Jes 44:22a, Micha 7:19). Hij denkt zelfs helemaal niet meer aan onze overtredingen, maar is ze volkomen vergeten (Jes 43:25). Voor ons mensen is dit moeilijk voor te stellen. Wij kunnen (vaak met heel veel moeite) soms wel vergeven, maar vergeten lukt ons totaal niet. God vergeet echter onze zonden. Hij denk er niet meer aan. Hij vernietigt zelfs ook de aanklacht tegen ons (Kol 2:14), zodat een veroordeling niet meer mogelijk is. Door de genade zijn wij vrij van een oordeel (Joh 3:18, Joh 5:24).

Wij ontvangen geloof en liefde

In 1 Tim 1:14 (zie bovenaan deze pagina) zegt Paulus, dat hij zeer overvloedige genade ontvangen heeft met "geloof en liefde". De genade die we van God ontvangen omvat dus ook geloof en liefde. Ons geloof is een geschenk van God (Rom 12:3, Ef 2:8), dat we uit genade ontvangen. Geloven is dus niet iets van onszelf. Wat God van ons vraagt is tot inkeer komen van onze zonden (Mat 4:17) ons af te keren van ons zondige bestaan en een ander leven te gaan leiden (Hand 2:38a), Hem lief te hebben met alles wat we zijn en hebben (Marc 12:30), Zijn Woord in ons hart te bewaren (Joh 14:23) en gehoorzaam te zijn aan dit Woord (Jak 1:22), en Jezus te volgen en niet voor ons eigen belang te leven (Marc 8:34, Mat 10:38). Dat zijn de dingen die van ons gevraagd worden. God doet de rest. Hij schenkt ons geloof. Dit geloof ontvangen we door te luisteren naar Zijn Woord (Rom 10:17) (of het lezen ervan).

Ook de liefde is een geschenk van God (zie 1 Tim 14:1 bovenaan deze pagina) en maakt deel uit van de genade. Hierbij moeten we niet denken aan de normale liefde tussen twee partners. Deze liefde heeft vaak eigen belang voor ogen en niet het belang van de ander. Men verlangt zelf voordeel te hebben van de relatie of seksuele genoegens hieraan te beleven. Dit is ook de reden van zoveel breuken in relaties. Als men zelf weinig of niets meer in de relatie ziet of er geen voordeel meer van heeft, dan zet men er een punt achter, zonder aan het welzijn of de gevoelens van de partner te denken. Echte liefde, verlangt niets terug van de ander, maar wil alleen liefde geven. Het is meer te vergelijken, met de wijze, zoals ouders hun kinderen liefhebben. De ouders verlangen hier niets voor terug. Ze houden van hun kinderen, ongeacht wat ze zelf van hun kinderen terug ontvangen of wat hun kinderen doen. Het gaat ze er niet om, dat ze iets ontvangen of dat ze er beter van worden, maar ze houden gewoon simpelweg van hun kinderen, en willen deze liefde ook aan hen uitdelen. Dit is de Bijbelse liefde, die we van God ontvangen. God houdt van ons, en wil graag liefde uitdelen. Deze liefde geeft Hij aan iedereen, die ook de Heilige Geest heeft ontvangen (Rom 5:5). Dat is dus aan iedere christen (zie de paragraaf „Wij ontvangen de Heilige Geest” op deze pagina). Degenen, die de Heilige Geest niet hebben zijn dus GEEN christenen.

Het is een nogal wijd verspreide misvatting, dat er christenen bestaan zonder de Heilige Geest en met de Heilige Geest. Dat zou betekenen, dat er eersterangs en tweederangs christenen bestaan. De Bijbel leert anders, er is geen onderscheid (Rom 3:22). De Heilige Geest woont in ons vanaf de geestelijke geboorte (= wedergeboorte) (1Kor 12:13). Zonder deze geestelijke geboorte zijn wij niet gered (Joh 3:3), en dus geen christen.

God heeft bij het uitdelen van Zijn liefde niet Zijn eigen belang op het oog, maar ons belang! Hij beschouwt iedereen die in Hem gelooft dan ook als een kind van Hem (Joh 1:12, Rom 8:14) en houdt van hen zoals een vader of moeder van een kind houdt. Bij het uitdelen van Zijn liefde heeft Hij zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard om ons te redden van het oordeel.

Wij ontvangen eeuwig leven

Voor de kinderen van God, die in Hem hun vertrouwen stellen, zal er geen dood meer zijn. Zij zullen eeuwig leven (Joh 3:16). Voor een christen is er na de na de dood van het lichaam nog een leven. Ons lichaam, waarin we nu leven kan geen eeuwig leven krijgen. Het kan niet tot Gods koninkrijk toegang krijgen omdat het zondig is. (1 Kor 15:50). Voor het koninkrijk van God heeft het lichaam geen enkel nut (Joh 6:63). Door de wedergeboorte, ontvangen wij de Heilige Geest en krijgen wij een tweede natuur. De oude natuur (de oude mens) moet afsterven (Rom 6:6), maar de tweede natuur heeft eeuwig leven. Dit alles is mogelijk geworden door het lijden en sterven van Jezus Christus en zijn opstanding uit de dood (1 Joh 5:11).

En nog veel meer

Om hier alle genade te beschrijven, waar de Bijbel over spreekt, voert hier te ver.
Er staat echter veel meer beschreven dan die paar punten die hierboven uiteengezet zijn.
Leest u bijvoorbeeld eens „Vaders Liefdesbrief” eens door en laat alles eens goed op u inwerken.
Bedenk eens wat een overvloedige genade hier beschreven staat.
Kijk eens naar uw eigen leven en zie alle zegeningen eens, ondanks alle verdriet, die niemand bespaard blijft.
Denk eens aan het heerlijke eeuwige leven, dat u te wachten staat, waarin geen rouw en geen tranen meer zullen zijn (Openb 21:3-4). Bedenk ook, dat nog lang niet alles geopenbaard is (1 Kor 13:12, 1 Joh 3:2) en dat er dus waarschijnlijk een veel overvloedigere genade voor ons is weggelegd, dan dat u en ik ooit kunnen bedenken (1 Kor 2:9).

Ik wens u een overvloedige genade toe!

(Peter Ju)