Kop
Bijbelstudie
Maak uw keuze:

Verandering

De Bijbel zegt, dat kinderen van God gaan veranderen. Ze zullen anders gaan denken en anders gaan handelen. (Rom 12:2, 2 Kor 5:17). Die verandering geschiedt van God uit door de werking van Zijn Heilige Geest en zal merkbaar moeten worden voor hun omgeving Het is de vrucht van de Heilige Geest, die tot ontwikkeling komt, terwijl tegelijkertijd hun eigen oude natuur afsterft (Gal 5:22-24). Het is geen mensenwerk, maar Gods werk.

Eén zijn met Christus

Voorwaarde voor de verandering is „één zijn met Christus”, want anders ben je geen nieuwe schepping (2 Kor 5:17), en dus geen kind van God. Eén zijn met Christus kan alleen, door Hem volledig te vertrouwen en op Hem te bouwen. Christus moet het fundament zijn van het geloof (1 Kor 3:10b-11).

Eén zijn betekent ook „verbonden zijn” met Christus. Kinderen van God behoren allen tot één en hetzelfde bouwsel, waarvan Christus de hoeksteen is, en zij de andere stenen, die alle vakkundig zijn samengevoegd (Ef 2:19-22).

En bovenal, één zijn is ook „gehoorzaam zijn”; dat wil zeggen: luisteren naar Gods Heilige Geest en doen wat Hij van je vraagt (Gal 5:16, Gal 5:25). Als je je niet laat leiden door Gods Geest en niet doet wat Hij van je verlangt, dan ben je zelfs geen kind van God (Rom 8:9, Rom 8:14).

Radicale omslag

De verandering, die ondergaan wordt, is een radicale omslag in het leven. Het leven moet geheel veranderen, omdat er gebroken wordt met de wereld en al zijn geneugten. Met de wereld kunnen geen compromissen gesloten worden. (Ef 4:20-NBG51). Je kunt niet met één been in het Koninkrijk van God staan en met het andere been in de wereld. Het is onmogelijk, om een beetje God te dienen en een beetje de wereld dienen (Mat 6:24). Als je de wereld dient, dan ben je niet één met Christus en niet één met de broeders en zusters die de Heer dienen.

Gevolgen van niet één zijn

Als iemand, die zich een christen noemt, niet één is met Christus, dan zal de wereld niet willen aannemen, dat Jezus door God gezonden is (Joh 17:20-23). Hierdoor wordt Gods Koninkrijk zeer ernstige schade toegebracht. Het kan niet gebouwd worden en zal hierdoor zelfs worden vernietigd (Mat 12:25, Marc 3:24-25). Dit zal God nooit met Zijn Koninkrijk laten gebeuren. Zijn Koninkrijk zal immers voor eeuwig voortduren (Luc 1:33, Heb 1:8, Openb 11:15). Voor degenen die niet één zijn met Christus kan er dus onmogelijk een plaats in Gods Koninkrijk zijn!

Geen eigen interpretatie

Er wordt wel eens beweerd, dat de eenheid van christenen op hoofdpunten volstaat en dat er ruimte moet zijn voor verschillende interpretaties, waardoor je in details met elkander van mening kan en mag verschillen. De Bijbel leert echter anders. De Bijbel leert, dat je volkomen één moet zijn (1 Kor 1:10, Joh 17:23b). Dit laat geen enkele ruimte over voor eigen interpretaties, eigen opvattingen of eigen dogma's. „Volkomen één” is niet „een beetje één”. Al die eigen opvattingen hebben geleid tot ontelbare scheuringen in de kerk. Deze scheuringen hebben geleid tot een grote ongeloofwaardigheid van het christendom en van Jezus zelf, waardoor Gods Koninkrijk heel veel schade is toegebracht en nog steeds wordt toegebracht. Als er gedeelten in de Bijbel onduidelijk zijn, is dit geen reden om zelf deze onduidelijkheden uit te leggen en te verduidelijken. Veelal kunnen onduidelijke Bijbelteksten verklaard worden met behulp van andere Bijbelteksten, waarin zij uitgelegd worden. Ook leert de Geest van God aan Zijn kinderen hoe bepaalde gedeelten van Gods Woord uitgelegd moeten worden (1 Joh 2:27). Hiervoor is het echter nodig om „in Hem” te blijven, zoals deze tekst zegt. Alle verdeeldheid ontstaat, omdat men niet „in Hem” blijft, maar met eigen wijsheid komt, of dat men van Gods Woord een mix maakt van Gods wijsheid en eigen wijsheid. Het leren door de Heilige Geest kan niet tot verdeeldheid leiden. De verdeeldheid ontstaat, als we onze eigen gedachten volgen, in plaats van Gods gedachten. Onze eigen gedachten wijken echter in belangrijke mate af van Gods gedachten (Jes 55:8-NBG51). Dat is de oorzaak van de verdeeldheid. Eigen interpretatie laat Gods Woord niet toe. Onze eigen gedachten moeten we onder de gehoorzaamheid van Christus brengen (2 Kor 10:4-5)!

Gevolg van de verandering

Zoals reeds gezegd, leidt de gedragsverandering tot anders denken en anders handelen. Je leeft immers niet meer zelf, maar Christus leeft in je (Gal 2:20)! Het is de Geest van Christus, die je aanstuurt in je handelen en denken. (Fil 2:13). Door de nieuwe gezindheid (Rom 12:2) kun je gaan ontdekken wat God van je wil. En wat Hij van je wil, dat heeft Hij reeds voorbereid. Dit geldt, zowel voor de taken, die Hij voor je bestemd heeft, alsook voor de gaven, om deze taken uit te voeren (Ef 2:10, 2 Kor 9:8, 2 Kor 3:6a). Deze goede daden doen, het leven in Gods wil en het bewandelen van Gods paden, dat is je nieuwe levenswandel. Voordat je bekeerd was hield je in je handelen geen rekening met God en was je in het algemeen slechts uit op eigen gewin. Na de bekering is het niet zo, dat je rekening moeten gaan houden met God. Nee, God vraagt meer. Je moet je laten leiden door God en je geheel overgeven aan God, zodat je de weg bewandelt, die God voor je geplaveid heeft. De weg van de heidenen, zul je dan niet meer bewandelen en ook niet meer willen bewandelen (Ef 4:17-32). De Geest van Christus leeft in je (Gal 2:20). Je hebt immers een nieuwe natuur gekregen van God (2 Kor 5:17), en als het goed is heb je je oude natuur aan het kruis geslagen (Gal 5:24).

God dienen?

Moet de veranderde mens nu God gaan dienen? Het antwoord is NEE. Als het goed is, moet je God gelegenheid geven, om met Zijn Geest door je heen te werken. Je moet het dus niet op eigen kracht doen, maar God moet het doen via de mens. Je moet als het ware een gereedschap in Gods hand zijn (1 Kor 15:58). Geen Godsdienst dus, maar Godsvrucht, dat wil zeggen: Gods werk in de mens. Juist als je zelf zwak bent, kan God door je heen werken. Als je op eigen kracht bezig bent, geef je God geen gelegenheid om je te leiden (2 Kor 12:8-10). Door de verandering van ons denken moet je God niet dienen, maar heb je de drang om God te dienen, omdat Gods Geest je daartoe aanzet. (2 Kor 5:14a). God heeft je tot het werk voor Hem toegerust en bekwaam gemaakt, zodat je dit werk ook aan zult kunnen (2 Kor 3:5-6a).

Niet meer zondigen

Onderdeel van de verandering is de nieuwe natuur, die een kind van God ontvangt. Dit wordt ook wel de wedergeboorte genoemd, dat betekent „het opnieuw geboren worden” (Joh 3:7). Ook wordt dit in de Bijbel „uit God geboren” genoemd (Joh 1:12-13, 1 Joh 5:1). Deze nieuwe natuur die ontvangen wordt, kan niet zondigen, omdat deze nieuwe natuur uit God komt (1 Joh 3:9). De kinderen van God krijgen bescherming van Christus, zodat het kwaad geen vat heeft op hen (1 Joh 5:18). Ze zijn opnieuw geboren, uit God en ontvangen hiermede Gods natuur en worden hierdoor een kind van God. Kinderen van God zullen daarom, geleid door Gods Geest, niet zondigen. Als hun oude natuur dood is, (aan het kruis geslagen) zondigen ze niet. De duivel heeft geen enkele kans om ze te laten zondigen! De nieuwe natuur verzet zich tegen de duivel en de duivel zal dan wegvluchten (Jak 4:7). Omdat de liefde van Christus ze hiertoe aanzet, zullen ze in Zijn voetsporen willen treden en niet meer zondigen (1 Pet 2:21b-22)! Voorwaarde is: Geleid worden door de Heilige Geest (Rom 8:9). Als ze zich niet laten leiden door de Heilige Geest, behoren ze Christus niet toe!!!!!!!! Kinderen van God moeten zich door de Heilige Geest laten leiden (Rom 8:14).

Wandelen in het licht, verbonden met God en met elkander

Kinderen van God wandelen in het licht van God. Ze voelen zich in de duisternis niet thuis (Rom 13:12, Joh 3:20-21). Hun zonden zijn gereinigd en ze zijn met God verbonden, maar ook met elkander (1 Joh 1:5-7). Die verbondenheid met elkander is veel meer dan elkaar ontmoeten tijdens de diensten of kringen. Het is ook omzien naar elkaar, zich betrokken voelen met de ander en voorzien in elkanders behoeften en noden. Het moet een samenleving zijn van broeders en zusters, die elkander liefhebben en daarnaar ook handelen (Mat 25:31-46).

Wat als een christen toch zondigt?

Als christenen toch zondigen, dan is hun oude natuur nog niet geheel afgestorven. Als ze zondigen laten ze zich op dat moment niet leiden door Gods Geest. Ze dienen in dit geval hun zonden te belijden en vergeving te vragen (1 Joh 1:8-10, Ef 1:7-8a). Dit geeft ze echter geen vrijbrief om telkens weer opnieuw in (dezelfde) zonden te vervallen (Rom 6:15-18). Als ze zich laten leiden door de Heilige Geest dan willen ze dit ook niet en verzetten ze zich ertegen. Dan zijn ze bevrijd van zonde, en in dienst van de gerechtigheid.

Goddelijke natuur en luister

Christus is de hoop op Goddelijke luister. Het is Gods geschenk aan Zijn kinderen, door het werk van de Heilige Geest (2 Kor 3:7-12, Kol 1:27b). Door de gehoorzaamheid aan de Heilige Geest kunnen ze deel gaan hebben aan die Goddelijke natuur (2 Pet 1:4), zodat ze steeds meer op Jezus gaan lijken. Dit is de vrucht van de Heilige Geest (Gal 5:22-23a) en dit is dan ook hetgene, waartoe al Gods kinderen zijn voorbestemd (Rom 8:28-29). Hierdoor kunnen ze nu reeds deelhebben aan de Goddelijke luister (Rom 8:30, Rom 9:23).

Vertrouwen

Herkent u zichzelf in deze veranderingen die hierboven vermeld zijn? Zoals reeds in het begin gezegd is, moet je hiervoor één zijn met Christus (2 Kor 5:17) en je vertrouwen volledig op Hem stellen, dat noemt de Bijbel „geloven”. Dan kun je evenals Paulus kunnen zeggen wat we kunnen lezen in Rom 8:38-39. Stelt u uw vertrouwen ook zo op God? Ga voor uzelf eens na of u ook rotsvast op God vertrouwt en het verlossende werk van Zijn Zoon Jezus Christus (2 Kor 13:5). Ik wens het U van harte toe en hoop voor u, dat u de proef doorstaat!

(Peter Ju)