Kop
Bijbelstudie
Maak uw keuze:

Een Nieuwe Schepping

In deze studie trachten we te onderzoeken, wat het betekent om „Een nieuwe schepping” te zijn. Tevens willen we onderzoeken, hoe je zo'n nieuwe schepping kunt worden. Zoals onze gewoonte is, doen we dit aan de hand van wat de Bijbel er over zegt.

De nieuwe schepping staat genoemd in 2 Kor 5:17.
De tekst noemt als voorwaarde, dat we één moeten zijn met Christus.
De tekst noemt als gevolg, dat het oude voorbij is, en het nieuwe gekomen is.
In Gal 6:15 kunnen we nog lezen, dat het belangrijk is om een nieuwe schepping te zijn.

Op de voorwaarde en het gevolg zullen we nader ingaan in deze studie. Daarbij komt ook aan de orde, waarom het belangrijk is om een nieuwe schepping te zijn. Als er een nieuwe schepping is, dan moet er dus ook een oude schepping zijn. Op deze oude schepping zal ook worden ingegaan.

  1. Voorwaarde: „Eén zijn met Christus”
  2. Gevolg: „Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen”

1. Voorwaarde: „Eén zijn met Christus”

Hoe we één kunnen zijn met Christus wordt hier uiteengezet. Om op de wereld een schepping te zijn, moet je geboren worden. Ook voor de nieuwe schepping moeten we geboren worden. Om een nieuwe schepping te worden, moeten we dus nog een keer geboren worden, maar dan in geestelijke zin.

Als baby werden we uit een moeder geboren. Door deze geboorte zijn we een kind van onze moeder.

Om een nieuwe schepping te zijn, moeten we uit God geboren worden. Dit is de geestelijke geboorte. Als we uit God geboren zijn, dan zijn we dus ook Zijn kind!

De oude schepping, die uit de moeder kwam is een stoffelijke schepping uit aardse materie (Gen 3:19).

Deze wereld is onderhevig aan zonde, doordat de zonde door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in de wereld gekomen is. Dit is de reden, dat de aardbodem vervloekt werd door God, als straf voor deze zonde. (Gen 3:17). Paulus schrijft daarom in de Romeinenbrief, dat Hij door zijn natuur uitgeleverd is aan de zonde (Rom 7:14). Die natuur is zijn aardse natuur. Merk op, dat Paulus niet schrijft, dat hij een zondige natuur heeft! Er wordt soms wel beweerd, dat onze aardse natuur zondig is. Dit staat nergens in de Bijbel, en is ook niet waar. Onze aardse natuur is niet zondig, maar onderworpen aan de zonde! Als onze aardse natuur zondig zou zijn, als we dus zondig ter wereld gekomen zouden zijn, dan zouden we nooit voor onze zonden verantwoordelijk gesteld kunnen worden. Dan zou God ons namelijk zondig gemaakt hebben, want Godzelf heeft ons geweven in de moederschoot (Psalm 139:13, Psalm 139:15). Dat deze aardse natuur niet zondig is, blijkt ook uit het feit, dat Jezus van de kinderen zegt, dat het koninkrijk van de hemel voor hen is (Mat 19:13b-14, Luc 18:16). Kleine kinderen, babies, worden opgenomen in het koninkrijk van God. De stoffelijke mens, die uit aardse materie bestaat, is onderworpen aan de zonde die heerst op aarde, maar is niet van nature zondig.

We lezen van Paulus, dat hij hiermee worstelt (Rom 7:15-23). Het is een voortdurende strijd tegen de zonde, die zich aan hem opdringt. Hij schrijft zelfs dat de zonde in hem heerst. Dit betekent dus, dat hij niet opgewassen is tegen de zonde, en dat hij telkens struikelt, terwijl hij dat niet wil. Wat we zelf willen is in strijd met de Geest en wat de Geest wil, is in strijd met wat we zelf willen (Gal 5:17). De zonde zit dus niet van nature in de mens, maar komt vanuit de wereld op hem af en kan over hem heersen. Er is dus GEEN sprake van erfzonde. Dat staat NIET in de Bijbel. Het is slechts een verzinsel van bepaalde theologen. Voor erfzonde zouden we nimmer door God verantwoordelijk gesteld kunnen worden. Hiervoor zouden we immers geen schuld kunnen dragen! Wij zondigen, omdat we de zonde over ons laten heersen. We kunnen onvoldoende weerstand hiertegen bieden. De zonde, die in de wereld is, komt op ons af. We mogen echter dankbaar zijn, dat deze zonde ook weer uit de wereld verwijderd zal worden door Jezus Christus, onze Heer en Heiland (Joh 1:29).

De nieuwe schepping is uit God geboren, en daarom zonder zonde! Zonder deze geboorte uit God, zijn we geen kind van God en kunnen we Gods Koninkrijk niet zien (Joh 3:3). Zoals op aarde een kind, door geboorte uit de moeder, een kind van de moeder wordt, zo wordt men door de geboorte uit God een kind van God. Een andere manier om een kind van God te worden is er niet! De geboorte uit de moeder is uit het vlees. Het baart een vleselijk lichaam, van aardse materie. De geboorte uit God is uit Water en Geest en baart een Geestelijk lichaam (Joh 3:5-6). Het water dat hier bedoeld wordt, is het Levend Water, waar Jezus later tegen de Samaritaanse vrouw over spreekt (Joh 4:10, Joh 4:13-14).

Verderop in de Bijbel, in Openb 22:17 zien we nog eens, dat de Heilige Geest als Levend Water beschreven wordt. Aan het Joodse volk was de Heilige Geest in het Oude Testament reeeds beloofd en eveneens als Water beschreven (Jes 44:3, Jes 58:11) Het was de Joden bekend wat levend water was. Het was water uit de rivieren of water uit een waterput die grondwater gaf. Het was water van goede kwaliteit, waar je niet ziek van werd. Daarnaast maakte men ook gebruik van putten met opgevangen regenwater. Hier zaten allerlei ongedierte en ziektekiemen in. Zulk water noemde men geen levend water. De put, waar Jezus de Samaritaanse vrouw ontmoette wordt de Jakobsbron genoemd, dicht bij de stad Sichar. Dat was een put die hoogstwaarschijnlijk ook levend water gaf. Ook Abraham, de grootvader van Jakob en Isaak, de vader van Jakob, hadden namelijk putten met levend water gegraven (Gen 26:18-19). Er staat in deze tekst „helder water” in plaats van „levend water”. Dit it echter een vertaalfout. De NBG-vertaling en de Statenvertaling vermelden dit wel correct.

In het voorafgaande hebben we vastgesteld, dat het belangrijk is, om opnieuw (= uit God, = uit Water en Geest) geboren te worden, daar we anders geen kind van God zijn en geen deel zullen uitmaken van Gods koninkrijk. Zonder geboren te worden uit God, dus zonder dat wij Gods Geest hebben, zullen we geen deel hebben aan het eeuwige leven, want het is de Heilige Geest die tot leven roept, zoals Hij ook Jezus Christus uit het graf heeft opgewekt (Rom 8:11). Wat moeten we doen om opnieuw geboren te worden? De Bijbel geeft hierop een duidelijk antwoord in Joh 7:37-39. Uit deze tekst blijkt, dat door geloof in Jezus de geboorte uit Water en Geest tot stand komt. Door geloof in Jezus, dat wil zeggen, door volkomen te vertrouwen op Hem en Zijn verlossingswerk en door Hem te gehoorzamen en te volgen, worden we geboren uit Water en Geest. Tevens blijkt uit deze tekst, dat Jezus met het Levend Water de Heilige Geest bedoelt. Ook het Water stelt dus de Geest voor. Zowel Water als Geest, zijn beide benamingen voor de Heilige Geest. Uit God geboren worden, betekent dus de Heilige Geest ontvangen. Er komt dan een nieuwe mens in ons, die uit God geboren is. Paulus noemt dat in Ef 1:13-14, dat we het stempel van de Heilige Geest hebben ontvangen (andere vertalingen spreken ervan dat we verzegeld werden met de Heilige Geest), toen we in Jezus gingen geloven. Uit deze tekst blijkt tevens, dat de Heilige Geest, die bij de geboorte uit God ontvangen is, blijvend bij ons blijft. We zijn ermee verzegeld. Hij geldt als onderpand. Als God zijn Heilige Geest weer zou ontnemen, zou de uit God geboren mens weer sterven. Hij zou zijn eigen kinderen doden, want door de geboorte uit God zijn we Zijn kind geworden (Rom 8:14). Dan zou God een slechte Vader voor Zijn kinderen zijn. Maar God is niet slecht. Hij is een goede Vader. Er is geen spoor van kwaad in Hem (Deut 32:4). Hij doodt Zijn eigen kinderen niet, maar belooft hun daarentegen eeuwig leven (Joh 6:47). Ze zijn Zijn eigendom (2 Kor 1:21-22). Hij laat ze niet uit Zijn hand ontstelen (Joh 10:27-30).

Kinderen van God dienen zich te laten leiden door de Geest, die ze ontvangen hebben (Rom 8:14) en behoren weerstand te bieden aan de duivel (Jak 4:7) en de zonde. Ze moeten de duivel geen enkele kans geven (Ef 4:27). Ze hebben de opdracht om niet te zondigen (1 Pet 2:21b-22), maar om een volmaakt leven te leiden (Mat 5:48). Als je je niet door Gods Geest laat leiden, ben je geen kind van God (Rom 8:9, Rom 8:14). Uit deze teksten blijkt dus, dat je geen kind van God bent, als je de Geest van Christus niet hebt. Er wordt soms wel beweerd, dat er christenen zonder, en christenen met de Geest van God zijn. Zoals we gezien hebben, leert de Bijbel anders. Er zijn echter wel mensen, die de Heilige Geest niet hebben, maar die zich toch christen noemen en keurig iedere zondag naar de kerk gaan. Deze mensen noemen zich christen, maar ze zijn het niet. Iedere leerling van Jezus (= iedere christen (Hand 11:26b) heeft Gods Geest! Als je een kind van God bent, dan dien je Jezus te volgen (Mar 8:34) en te gehoorzamen. Als je Jezus je Heer wil noemen, moet je doen wat Hij zegt (Luc 6:46-49). Als je van Hem houdt, moet je doen wat Hij zegt (Joh 14:21). God vraagt gehoorzaamheid (1 Sam 15:22) en wil dat we van harte Zijn wil doen (Ef 6:5-6). We moeten onvoorwaardelijk van Hem houden en Hem volgen, anders zijn we Hem niet waard (Mat 10:37-38). We moeten luisteren naar Zijn woord, het bewaren, en er naar leven (Luc 11:28, Joh 8:51, Joh 12:47-48, Joh 14:15, Joh 14:21, Joh 14:23-24, Joh 15:9b-10) en het doen (Jak 1:21b-22) om in Zijn liefde te blijven. De Geest van God zal ons hierbij helpen en leiden.

Als we Jezus zo navolgen, dan zijn we één met Hem (Joh 17:21-23). We denken dan als Hem en we doen als Hem en we delen in Zijn grootheid. God de Vader is één met Jezus Christus en Jezus Christus is één met Gods kinderen. Dat is de voorwaarde die genoemd werd in 2 Kor 5:17. Door geloof en volkomen overgave aan Jezus en door Hem te volgen zijn we één met Christus. Zo is de nieuwe, uit God geboren schepping, één met Christus.

In het voorgaande hebben we gezien, dat er een vaste volgorde is om een kind van God te worden:

  1. Geloven in Jezus (= vertrouwen op Zijn verlossingswerk voor jou persoonlijk en Hem volgen.
  2. Geboren worden uit God
    = uit Water en Geest geboren worden,
    = Gods Geest ontvangen,
    = opnieuw geboren worden,
    = wedergeboren worden,
    = een nieuwe schepping worden,
    = een nieuwe natuur krijgen.
  3. Een kind zijn van God.

2. Gevolg: „Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen”

De vraag dringt zich nu aan ons op wat er voorbij is en wat er gekomen is. Wat is het „oude”, dat voorbij is en wat is het „nieuwe” dat gekomen is. Als we even verder gaan met het lezen van deze Korintebrief, dan lezen we dat Paulus hier doelt op de verzoening, die God door Christus tot stand heeft gebracht (2 Kor 5:18-19). Er staat dus niet dat het oude leven voorbij is. Daarover later meer. Er staat, dat de situatie gewijzigd is door de verzoening. In andere gedeelten van de Bijbel kunnen we echter lezen, dat er nog veel meer veranderd is.

In het volgende overzicht zijn een aantal facetten van de oude en nieuwe situatie naast elkaar gezet. De nieuwe situatie geldt slechts alleen, voor degenen die hun vertrouwen op Jezus Christus stellen. De oude situatie geldt voor degenen, die niet in Hem geloven, of zou gegolden hebben voor een ieder, als Jezus Christus niet zijn verzoenende werk aan het kruis op aarde verricht zou hebben. Dit blijkt ook overduidelijk uit de Bijbelteksten, die bij elk facet genoemd worden.

OUDNIEUWBIJBELVERZEN
Gericht op het aardse.Gericht op het hemelse. Mat 6:19-21, Luc 12:29-34, Fil 3:18-19, Heb 3:1, Heb 12:2.
Uitzien op rijkdom en macht.Uitzien naar Jezus' terugkomst. Heb 9:28, Jak 5:1-6, Openb 22:17, Openb 22:20.
Dienstknecht van de zonde.Dienstknecht God. Rom 6:17-18, 1 Pet 2:16.
Geen Heilige Geest.Gestempeld (= verzegeld, = gewaarmerkt) met de Heilige Geest. 2 Kor 1:21-22, Ef 1:13, Ef 4:30.
Geen Heilige Geest.Een tempel van de Heilige Geest. 1 Kor 3:16, 1 Kor 6:19, 2 Kor 6:16, Heb 3:5-6, Joh 14:16-17.
Gestoorde relatie met God.Verzoening met God. Rom 5:10-11, 2 Kor 5:18-19, Ef 2:15b-16, Kol 1:19-22, Heb 2:17, 1 Joh 2:2, 1 Joh 4:10.
Vijandschap met God.Vrede met God. Rom 5:1, Rom 5:10, Ef 2:15b-16, Kol 1:19-21, Jak 4:4.
Onrechtvaardig,
Onheilig,
Gevangene van zonde.
Rechtvaardig,
Heilig,
Verlost.
Rom 5:1, 1 Kor 1:30b, 1 Kor 6:11, 1 Kor 15:17, Fil 3:8b-9.
Kind van de duivel.Kind en erfgenaam van God. Joh 1:12-13, Rom 8:16, 2 Kor 6:17b-18, Gal 3:26, Gal 3:29, Gal 4:6-7, 1 Joh 3:8, 1 Pet 1:4, Openb 21:7.
Kind van de nacht en duisternis.Kind van het licht en de dag. 1 Tes 5:5, Ef 5:7-8, Joh 12:36a.
Geen mede-erfgenaam van Christus,
Niet delen in Gods luister.
Mede-erfgenaam van Christus,
Delen in Gods luister
Rom 8:17, Rom 8:30.
In de macht van de zonde.Vrij van zonde. Rom 3:9, Rom 3:23, 1 Joh 2:29, 1 Joh 3:9, 1 Joh 5:18.
Slaaf van de zonde.Vrijgekocht door het bloed van het Lam. Joh 8:34, Rom 6:20, Openb 5:9b, Gal 3:13a, Gal 4:4-5, 1 Pet 1:18-19.
Verliezer.Meer dan overwinnaar. 2 Kor 4:3-4, 2 Tes 2:9-10, Rom 8:37.
Verloren.Gered. Joh 3:16, 1 Kor 1:21, Tit 3:4-6, Jud 1:24.
Zonder hoop.Hoop. Ef 2:12, 1 Tes 4:13, 2 Kor 1:10b, Ef 1:11-12, Kol 1:4-5, 2 Tes 2:16-17, 1 Tim 4:10, Tit 1:1-2, Tit 3:7.
Veroordeling.Genade,
Vrij van oordeel.
Joh 3:18, Joh 3:36, Joh 5:24, Rom 6:14, Rom 8:1, Ef 2:5b, Ef 2:7-9, Ef 4:7, 1 Tim 1:14, Tit 2:11, Tit 3:7.
Zien het koninkrijk van God niet.Zien het koninkrijk van God. Joh. 3:3, Joh 3:5, 1 Kor 6:9a.
Eeuwige straf (= eeuwige dood).Eeuwig leven. Mat 25:46, Joh 3:16, Joh 3:36, Joh 5:28-29, Rom 6:22-23, 1 Kor 15:22-23, Ef 2:4-6, 2 Tes 1:8-9, 1 Joh 2:25, 1 Joh 5:11-12, Jud 1:21, Openb 21:8.
Eeuwig in de poel van vuur.Eeuwig bij God. Dan 12:2, Openb 20:14-15, 1 Tes 4:16-17, Ef 2:19.

In het bovenstaande hebben we kunnen lezen, dat 1 Joh 3:9 en 1 Joh 5:18 vermelden, dat we als kind van God niet meer zondigen, ja, zelfs niet meer kunnen zondigen. Onze ervaring is anders. Wij worstelen elke dag met de zonden, en struikelen regelmatig. Moeten we dan constateren dat we misschien niet uit God geboren zijn, omdat we nog steeds zondigen? Hoe zit dat nu?

1 Joh 3:9 gaat over de nieuwe natuur. De tekst begint met „Wie uit God geboren is”. 1 Joh 5:18 gaat eveneens over „iemand die uit God geboren is”. Dat is de geestelijke mens, want wat uit God geboren is, is Geest (Joh 3:6), omdat Godzelf Geest is (Joh 4:24). Deze geestelijke mens kan niet zondigen, want hij is uit God. Deze betreffende tekst gaat niet over de oude natuur, want die is uit vlees geboren. De uit vlees geboren mens kan helaas wel zondigen. Dat hebben we in het voorgaande geleerd en dat merken we ook aan ons zelf.

Het is echter de bedoeling, dat de zonde in de oude mens niet meer heerst en dat de mens naar zijn nieuwe natuur gaat leven. Paulus noemt dat, dat hijzelf niet meer leeft, ofwel het afsterven van de oude mens (Gal 2:20, Rom 6:6). Merk op dat Paulus bij het schrijven van de Galatenbrief duidelijk gegroeid is ten opzichte van wat hij in de Romeinenbrief schreef. In Gal 2:20 schrijft hij, dat hijzelf niet meer leeft, maar Christus in hem. Het afsterven van de oude mens heeft hier dus volledig plaatsgevonden. In Rom 7:15-23 hebben we reeds kunnen lezen, dat Paulus nog volop met de zonden worstelde en dat het afstervingsproces bij hem nog niet voltooid was. Uiteindelijk zal de oude vleselijke mens geheel afsterven en in zijn graf komen. Dan zal de strijd met de zonde over zijn (Ef 4:22).

Het handelen van de oude mens wordt in de Bijbel „wandel” of „levenswijze” genoemd. Deze wandel kan zondig of niet zondig zijn. Op verschillende plaatsen worden we opgeroepen om deze wandel / levenswijze op orde te hebben en ons te laten leiden door de Heilige Geest, die deel uitmaakt van de nieuwe mens. (Ef 4:21b-22, Fil 1:27, 1 Tim 4:12, Heb 12:14, Heb 13:1-5, Jak 3:13-16, 1 Pet 1:14-16, 1 Pet 2:11-12, 1 Pet 2:21b-22, Mat 5:48, Kol 3:5-25).

Zoals reeds eerder gezegd, het feit dat Jezus Christus voor onze zonden gestorven is, wil niet zeggen, dat we er maar op los kunnen leven. Dan komt u bedrogen uit. Jezus vraagt u om Zijn Woord in U op te nemen en ernaar te leven (Jak 1:21b-22). Als u dit niet doet, bent u geen volgeling van Hem. U loopt het risico uw ziel in gevaar te brengen en de erfenis van God te missen 1 Pet 2:11-12. Als u geen heilig leven leidt, loopt u het risico, dat u God niet zult zien Heb 12:14, ondanks dat u de Heilige Geest hebt. Dat komt omdat u in dat geval geen volgeling van Jezus geweest bent en doordat u niet gehoorzaamd hebt aan de Heilige Geest.

Wij hebben reeds kunnen lezen, dat als u de Heilige Geest van God ontvangen hebt, deze u niet meer zal verlaten. Hij is blijvend bij ons (Ef 1:13-14, 1 Joh 3:9, Heb 13:5, 1 Pet 1:22-23). Begrijpt u nu, dat we de Heilige Geest kunnen bedroeven (Ef 4:30), en dat we kunnen zondigen tegen de Heilige Geest (Mat 12:31 en Marc 3:28-29)? Als u een kind van God bent is de Heilige Geest te allen tijde getuige van uw levenswandel en van al de keuzes die u in uw leven maakt. Zelfs als u zich geheel van God afkeert, dan nog blijft de Heilige Geest bij u.

We hebben gezien, dat alleen degenen die Jezus zullen volgen, het koninkrijk van God zullen beërven. Geloof zonder de bijbehorende daden wordt dood geloof genoemd (Jak 2:14-17, Jak 2:26), en iets dat dood is brengt geen leven voort, dus ook geen eeuwig leven! In dat geval zult u geen deel uitmaken van Gods gezin. Behalve geloof moet u daarbovenop ook nog Gods wil doen, anders zult u voorzeker het koninkrijk van God niet binnengaan (Mat 7:21-23).

Wij hopen en bidden, dat dit laatste op u niet van toepassing zal zijn.

(Peter Ju)