Kop
Bijbelstudie
Maak uw keuze:

Lucifer - Is dat Jezus of Satan?

Misschien schrikt u van de titel van deze pagina. Toch adviseer ik u, deze pagina niet direct weg te klikken, maar samen met mij eens te onderzoeken, wat de Bijbel hierover zegt.

In onze Nederlandse Bijbel komt de naam Lucifer niet voor! De vraag is dan, waar deze naam vandaan komt. Om dit te weten te komen, moeten we teruggaan in de tijd.

In het jaar 382 gaf Paus Damasus I opdracht aan HiŽronymus om een officiŽle Latijnse Bijbelvertaling te maken, omdat er tot dat jaar verschillende Latijnse Bijbelversies in omloop waren die soms moeilijk te begrijpen waren. Hij kreeg de opdracht, om, voor zover mogelijk, uit te gaan van de oorspronkelijke Hebreeuwse (Oude Testament) en Griekse (Nieuwe Testament) tekst. De vertaling moest eenvoudig leesbaar zijn, in simpel Latijn. Tussen de jaren 390 en 405 kwam deze nieuwe vertaling tot stand. Hij kreeg de naam „Versio Vulgata”. Dat betekent letterlijk „versie voor het volk”.

Vanaf 1546 aanvaardde het Vaticaan bij het Concilie van Trente deze Bijbelvertaling, de „Versio Vulgata”, ook wel de „Editio Vulgata” genoemd, of kortweg „Vulgata”, als de enige gezaghebbende versie. Hierdoor was niet meer de oorspronkelijke geschreven tekst van God gezaghebbend, maar de vertaalde tekst van HiŽronymus, met alle gevolgen van dien, want in de praktijk heeft HiŽronymus zich niet al te goed aan zijn opdracht gehouden. Voor de vertaling van het Oude Testament, gebruikte hij ook de Septuaginta. De Septuaginta is een zeer oude Griekse versie van het Oude Testament en nog een aantal apocriefe boeken. De naam Septuaginta betekent letterlijk „70”. Het was een Griekse verzameling van 70 Geschriften.

In de Vulgata komt de naam Lucifer 1 keer voor, namelijk in Jes 14:12, maar zoals we reeds gezien hebben, is dat reeds een vertaalde tekst. We kijken daarom maar eens naar 3 belangrijke vertalingen van Jes 14:12 en naar de Hebreeuwse brontekst, om de diverse equivalenten te zien, die voor de naam Lucifer gebruikt zijn.

Hieronder volgt deze tekst, zoals we die uit de NBV-vertaling kennen:
O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.

Het gebruikte woord is morgenster met de toevoeging: „zoon van de dageraad”.

Hieronder volgt dezelfde tekst in de Vulgata:
Quomodo cecidisti de caelo lucifer
qui mane oriebaris corruisti in terram
qui vulnerabas gentes.

Het gebruikte woord is lucifer met de toevoeging „qui mane oriebaris” (die vroeg omhoog ging).

Nu volgt de tekst in de Septuaginta:

Het gebruikte woord is eosphoros met de toevoeging „proi anatellon” (vroeg opgaande).

Als laatste lezen we de brontekst in het Hebreeuws:

Het gebruikte woord is hier heylel met de toevoeging „ben sjachar” (zoon van de dageraad).

Laten we eens even kijken of de brontekst „heylel” overeenkomt met de vertalingen die er staan. Het woord „heylel” komt slechts ťťn keer voor in het Oude Testament. Het is afgeleid van het woord „halel”. Dit woord komt 165 keer voor in het Oude Testament en wordt meestal vertaald met: „prijzen”, „loven”, „juichen” etc. Maar we komen ook vertalingen tegen als „roemen”. „Roemen” lijkt op „prijzen” of „loven”, behalve als het op jezelf betrekking heeft, want dan krijgt het de negatieve betekenis van „pochen” of „opscheppen”. Nog negatiever zijn vertalingen als: „dwazen” e.d. Het woord „heylel” zou dus ook zo iets kunnen betekenen als „pocher”, „opschepper”, en dat past uitstekend in het zinsverband.
Het heeft in ieder geval niets van doen met het woord „morgenster”, dat in de Nederlandse vertaling staat., maar veel meer met „opschepper”, „pocher” etc.

Gaan we echter met de kennis die we nu hebben, de oorspronkelijke tekst in het Hebreeuws opnieuw vertalen, dan kunnen we daarom ook tot de volgende vertaling komen:
O opschepper, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.

Deze tekst past bij het karakter van satan.

Het gebruikte woord in de „Vulgata”, „lucifer”, lijkt ook in de verste verte niet op de brontekst. Als we kijken naar de betekenis van „lucifer”, dan zien we, dat dit is opgebouwd uit twee woorden:
1 = lux, dat licht betekent.
2 = ferous, dat dragen beteken.
Het betekent dus zoiets als lichtdrager, lichtbrenger, lichtgever etc.
Dit wijkt totaal af van de brontekst en is een naam die zeer zeker niet van toepassing is op satan! Wel zegt de Bijbel dat hij zich voordoet als een engel van het licht, (2 Kor 11:14). maar hij is het niet! Hij vermomt zich als zodanig. Hij is de heerser over de duisternis! (Ef 6:12).

Hoe is HiŽronymus dan aan deze foutieve vertaling gekomen?
Dat heeft hij uit de „Septuaginta”, die hij niet als basis had mogen nemen volgens zijn opdracht van de paus. De „Septuaginta” is reeds een vertaling van de Hebreeuwse brontekst en daar zitten ook fouten in. In de „Septuaginta” wordt het woord „eosphoros” als equivalent gebruikt.
Dit woord is opgebouwd uit twee woorden:
1 = eos, dat dageraad betekent. (In de Griekse mythologie is Eos de godin van de dageraad)
2 = phero, dat dragen betekent. (Hier is phoros van afgeleid.) Eosphoros betekent dus iets als dageraaddrager of dageraadbrenger, dageraadgever. Ook dit wijkt totaal af van de Hebreeuwse brontekst, maar betekent ongeveer hetzelfde als lichtdrager of lichtbrenger, in de „Vulgata”. HiŽronymus heeft dus duidelijk de verkeerde bron gebruikt voor zijn vertaling.

De fout in de „Septuaginta” is waarschijnlijk ontstaan door de toevoeging, die in de Hebreeuwse brontekst staat: „Ben Sjachar”, (Zoon van de Dageraad). Deze toevoeging maakt satan nog geen „eosphoros” = drager/brenger van de dageraad. De dageraad ofwel het licht, komt van de Heer (1 Joh 1:5). Satan is echter een zoon van de Heer, een zoon van de dageraad dus, maar wel een gevallen zoon. Hij is een schepsel (een zoon ) van de Heer. De vertaalfout die in de „Septuaginta” gemaakt is, is via de foutieve Vulgatavertaling ook in onze huidige Nederlandse vertalingen terecht gekomen.
Door deze fout wordt satan nu morgenster genoemd.
Dat is hij echter niet!
Het Nieuwe Testament leert, dat Jezus de Morgenster is (Openb 22:16)!
Ook wordt satan „Lucifer” genoemd, door de fout in de Vulgata.
Dat is hij echter niet!
Lucifer is een erenaam! Brenger van het licht, gever van het licht, drager van het licht.
Dat is een naam die past bij onze Heer (Joh 8:12, Joh 9:5, Joh 12:46)!

In het Nieuwe Testament beschouwen we als laatste nog de volgende tekst uit 2 Pet 1:19.
Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen.
U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden,
als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt,
totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

Ook deze tekst is foutief vertaald!

We kijken naar de brontekst van dit vers. Die is voor het Nieuwe Testament in het Grieks uiteraard:

Waar in de Nederlandse vertaling „Morgenster” staat, lezen we in het Grieks „Phosphoros”.
Uit de tekst blijkt, dat hier duidelijk de Heer bedoeld wordt. Echter, phosphoros betekent geen morgenster!
Phosphoros is opgebouwd uit twee woorden:
1 = phos, dat betekent licht.
2 = phero, dat dragen betekent. (Hier is phoros van afgeleid.)
Dit is dus exact dezelfde betekenis als Lucifer, namelijk lichtdrager, lichtbrenger, lichtgever!
Denk maar aan fosfor, dat een lichtgevende stof is!
„Lucifer” is de vertaling in het Latijn van het Griekse woord „Eosphoros”, een naam die de Bijbel aan de Heer geeft.
„Eosphoros” (Dageraaddrager - Grieks), „Phosphoros” (Lichtdrager - Grieks) en „Lucifer” (Lichtdrager - Latijn) zijn stuk voor stuk namen van de Heer.

Satan heeft in de Bijbel niet de eer gekregen, dat hij een naam gekregen heeft. De naam „Lucifer” zou ook totaal niet bij zijn karakter passen. Lucifer is Lichtbrenger, maar satan brengt duisternis! Satan is ook zijn naam niet, want dat betekent niet meer dan tegenstander! Hij is de tegenstander van God. Duivel is al evenmin zijn naam. Duivel is afgeleid van het Griekse woord „Diabolos” in het Nieuwe Testament. Het betekent letterlijk „Door-elkaar-gooier”. Hij is degene die Gods plannen door elkaar wilde gooien. God geeft de duivel, ofwel de satan, geen naam, dus ook geen „Lucifer”. Die naam heeft HiŽronymus hem abusievelijk gegeven, maar deze naam komt alleen onze Heer toe, want alleen Hij, en niemand anders, is de brenger van het licht!

(Peter Ju)