Kop
Bijbelstudie
Maak uw keuze:

God is Liefde

God is liefde

Als we de Bijbel er op naslaan, dan komen we twee keer de tekst tegen: „God is liefde” (1 Joh 4:8, 1 Joh 4:16). Wat houdt dat nu eigenlijk in? Wat betekent „God is liefde”? Is Hij alleen maar liefde? En als God liefde is, heeft God dan alles en iedereen lief? Of houdt God alleen van brave mensen, of misschien alleen van christenen? We zullen aan de hand van de Bijbel trachten antwoorden op deze vragen te vinden en daarbij tot geweldige ontdekkingen komen.
 

Karaktereigenschappen van God

We zullen eerst aan de hand van de Bijbel nagaan of God alleen maar liefde is, of dat Hij misschien ook nog andere karaktereigenschappen heeft. In Ex 34:6-7, komen we als karaktereigenschappen van God tegen: liefdevol, genadig, geduldig, trouw en waarachtig, vergevend, niet alles ongestraft latend. Ex 34:14 vermeldt afgunstigheid. Psalm 109:21 spreekt van goedheid en trouw. Psalm 145:8 spreekt van genadigheid, liefdevolheid, geduldigheid en grote trouw. In Deut 32:4 komen we tegen: Rots, staat voor recht, volmaakt, trouw, rechtvaardig, zuiver, geen spoor van kwaad in Hem. Hij is heilig (Jes 6:3) en barmhartig (Luc 1:50). Al deze genoemde karaktereigenschappen zou men samen kunnen vatten onder de noemer „liefde”. Het zijn allemaal uitingen van Gods liefde voor de mens en karaktereigenschappen, die we in het algemeen waarderen.

Heel anders is het echter met de karaktereigenschappen die nu volgen. Deut 4:24 spreekt van een verterend vuur. Nahum spreekt van een woedende wreker en van Gods toorn, en dat Hij nooit iets ongestraft laat (Nah 1:2-3a). In Jesaja is er sprake van vergelding, woede en wraak (Jes 59:18). In Psalm 5 komen we haat tegen en te gronde richten (Psalm 5:6b-7a). Dit zijn karaktertrekken die ons beangstigen. Van liefde is hier geen enkele sprake, maar van haat, woede, wraak en vergelding.

We zien dus, dat Gods karakter niet alleen maar liefde is, maar dat God ook een aantal andere karaktertrekken heeft, die ons vrees aanjagen. We dienen daarbij te bedenken, dat we Gods karakter slechts zeer beperkt kennen. De mens kan God niet kennen. Hij is niet in staat om God te doorgronden. (Jes 40:28, Rom 11:33, Job 11:7, Job 37:23, Psalm 145:3). De enige die God kent is God zelf (1 Kor 2:11). Wij mensen kunnen God slechts kennen, voor zover Hij zichzelf openbaart in Zijn Woord en door Zijn Zoon (Mat 11:27) en Zijn Geest (1 Kor 2:10).

We kunnen er zeker van zijn, dat Gods karakter, zoals beschreven in Zijn Woord, ook heden ten dage nog steeds volledig en onveranderd in Hem aanwezig is. God zelf verandert niet. (Mal 3:6a, Jak 1:17). Hij is gisteren, vandaag, morgen en tot in alle eeuwigheid exact Dezelfde. Dit geldt trouwens eveneens voor Zijn Zoon Jezus Christus (Heb 13:8).

In het christendom hebben we het voornamelijk over de karaktereigenschappen van God, die we aangenaam vinden, zoals liefde, goedheid, trouw, barmhartigheid, volmaaktheid, rechtvaardigheid, zuiverheid, heiligheid, etc. In het bijzonder Gods liefde hebben we als christen hoog in het vaandel staan. Gods beangstigende karaktereigenschappen, zoals afgunstigheid, woede, wraak, verterend vuur, het nooit iets onbestraft laten, vergelding, etc. komen minder aan bod. Is dit terecht? We zullen dit verder onderzoeken.

God houdt van Zijn schepping

Gods liefde omvat niet alleen christenen. Hij houdt van alle mensen. Ook van de planten en dieren houdt Hij. Ja, Hij houdt van de gehele aarde, met alles erop en eraan, en niet alleen van de aarde, maar van de gehele schepping houdt Hij, van de zon, de maan, de sterren, en ook van alle andere melkwegstelsels, tot de verste uithoeken van het ganse universum! Dit kunnen we lezen in Joh 3:16. Deze tekst zegt, dat God de wereld lief heeft. In de oorspronkelijke Griekse brontekst wordt voor wereld het Griekse woord „kosmos” gebruikt. Hier kunnen we met evenveel recht een veel ruimere betekenis als wereld aan geven. Dat God van heel Zijn schepping houdt, van alles wat Hij gemaakt heeft, blijkt uit Psalm 145:9. Als God van heel Zijn schepping houdt, inclusief alles erop en eraan, dan houdt Hij ook van alle mensen. Hij houdt dus niet van alleen de christenen, maar Hij houdt van iedereen, zelfs van de grootste zondaar (Rom 5:10, Jes 1:18). God houdt zelfs van Zijn vijanden en vraagt van ons om hetzelfde te doen (Mat 5:44). Toch zijn we ook reeds Gods haat jegens de mensen tegengekomen. Bezien we bijvoorbeeld de tekst in Hos 9:15, dan wordt daarin zeer duidelijk over Gods haat jegens de kinderen van EfraÔm gesproken. God haat hier niet alleen de zonden, maar ook de zondaars! En wat te denken van de volgende tekst: Ex 32:9-10a?

Hoe is deze haat en liefde nu met elkaar te rijmen?

God haat de zonde en de onrechtvaardige mens. De zonde en de zondaar roepen Zijn woede op. Gezien Gods rechtvaardigheidsgevoel moet Hij deze zonden bestraffen. Ook onze zonden blijven niet onbestraft, want God laat niets onbestraft. We hebben immers reeds gezien, dat er geen enkele zonde onbestraft blijft (Nah 1:2-3a). Tegelijkertijd is deze mens wel Zijn schepping en God houdt van Zijn schepping. God heeft hiervoor een sublieme oplossing gevonden.

God gaf uit liefde voor de zondige mens Zijn eigen Zoon, Jezus Christus, die de straf voor onze zonden op zich genomen heeft. De straf, die wij verdienen wordt gedragen door Gods Zoon (1 Pet 2:24). Zo kan God tegelijkertijd een God van liefde en een rechtvaardige God zijn. De liefde van God krijgt gestalte in Jezus Christus, Zijn Zoon (Ef 2:4-5a). In Gods oneindige liefde mag iedereen een beroep doen op Jezus Christus, Zijn Zoon, en Hem volgen. Door te geloven in Jezus Christus, op Hem te vertrouwen en Hem te volgen, ontlopen wij de toorn van God, Zijn haat, Zijn woede, Zijn wraak, Zijn vergelding, Zijn verterend vuur, Zijn straf. Die zijn alle op Jezus overgegaan. Er blijft voor ons dan over Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn barmhartigheid, Zijn goedheid, Zijn genade etc.

Dat is het wonder van het Evangelie, de blijde boodschap van Jezus Christus.

Als we geen volgelingen van Jezus zijn, kan God Zijn liefde, Zijn barmhartigheid, Zijn genade niet laten gelden. Er blijft dan over Zijn toorn, Zijn woede, Zijn vergelding, Zijn verterend vuur, Zijn haat, Zijn straf.

De straf voor de zonde

Jezus nam alles op zich, niet alleen onze zonden, maar ook onze straf, de vergelding van Zijn Vader (de geselslagen, de doodstraf aan het kruis) op zich. Zijn Vader keerde zich van Jezus af. (Mat 27:46). Hij werd zelfs door Zijn Vader vervloekt, vanwege onze zonden (Gal 3:13). Doordat Hij aan de kruispaal genageld werd, was Hij vervloekt (Deut 21:22-23). Hij nam onze vloek over. Wij werden door Jezus Christus van de vloek verlost (Gal 3:13).

Van welke vloek werden wij verlost? Dat kunnen we lezen in Gen 3:17 (StV). Door de zonden was het gehele aardrijk, met alles erop en eraan, inclusief zijn bewoners, vervloekt. Het gevolg was, dat er dorens en distels gingen groeien, dat men hard moest werken voor zijn brood en dat de mens zou sterven (Gen 3:18-19). De mensen stonden onder deze vloek en konden deze vloek slechts van zich afwenden, door zich strikt aan de gehele Wet van God te houden, zoals deze is beschreven in de Torah (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) (Deut 27:26). Hielden ze zich niet geheel aan de Wet, dan bleven ze onder de vloek staan, die in Genesis over de aarde was uitgesproken. Het probleem voor de mensen was echter, dat niemand zich aan deze Wet kon houden, zodat de vloek op een ieder bleef (Gal 3:10-11a). Er staat in deze tekst niet, dat iedereen die zich niet aan de Wet houdt, vervloekt wordt, maar er staat vervloekt is. Deze vloek was reeds op de mens en blijft dan op hem. Jezus nam deze vloek van ons over en werd in onze plaats vervloekt (Gal 3:13). De vloek over het gehele aardrijk is Gods rechtvaardigheidsgevoel. Het wegnemen van deze vloek van de mens (niet van de aarde, er groeien immers nog steeds dorens en distels op de aarde) en deze vloek overbrengen op Zijn eigen Zoon is een bewijs van Gods onuitputtelijke liefde voor de mensen.

God heeft bij Zijn liefde voor ons geen genade voor recht laten gelden. Dat liet Zijn rechtvaardigheidsgevoel niet toe. Hij laat immers geen zonde onbestraft (Nah 1:2-3a). Al deze zonden nam Jezus op zich. Hij nam onze straf op zich en was een vloek; wij kregen de verlossing van Gods toorn (Rom 5:9 NBG51, 1 Tes 1:10 NBG51). De genade gold niet voor Jezus. Hij droeg de straf van iedereen die op Hem zijn vertrouwen stelde en was een vloek. Hij betaalde voor onze zonden tot de allerlaatste cent en kocht ons vrij van Gods toorn (Mar 10:45, 1 Kor 6:20). In Joh 19:30 lezen we, dat Jezus, toen Hij aan het kruis hing, zei: ĄHet is volbrachtĒ. In de oorspronkelijke Griekse tekst wordt hier het woord (tetelestai) gebruikt. Dit kan behalve „Het is volbracht” ook betekenen: „Het bevel is uitgevoerd”, „De rekening is vereffend” of „De prijs is betaald”. Deze tekst wil dus eigenlijk ook zeggen: „Gods bevel is uitgevoerd”, „De schuld is vereffend” ofwel: „De losprijs is betaald”. Jezus betaalde de prijs voor al onze zonden (Jes 53:5, 1 Pet 3:18a, 2 Kor 5:21). Voor Jezus was er geen genade, maar oordeel en straf. Zijn volgelingen echter werden als Gods kinderen aangenomen en verzoend met God. Dit is, wat de genade van God voor ons inhoudt. En als een goede Vader zorgt Hij voor zijn kinderen. Hierin komt Gods liefde voor ons mensen tot uiting. Als de Bijbel leert, dat God „liefde” is, dan zien we hier een demonstratie van Zijn onuitputtelijke liefde. Hij liet zijn eigen Zoon afslachten om ons te redden. God wilde dat zo. Er staat zelfs in de Bijbel, dat het God behaagde, om dit te laten gebeuren (Jes 53:10 NBG51).

Gods liefdeplan

Schematisch kunnen we het Evangelie, Gods liefdeplan als volgt voorstellen:

Jezus   <————— Zondelast   Mensen die Jezus volgen
Jezus<————— Vloek   Mensen die Jezus volgen
Jezus<————— Veroordeling   Mensen die Jezus volgen
Jezus<————— Dood   Mensen die Jezus volgen
Jezus<————— Gods toorn   Mensen die Jezus volgen
Jezus<————— Gods straf   Mensen die Jezus volgen
JezusRechtvaardiging ———>   Mensen die Jezus volgen
JezusVerzoening —————>   Mensen die Jezus volgen
JezusEeuwig leven ————>   Mensen die Jezus volgen

Er blijft dus geen zonde ongestraft. God straft altijd, zo hebben we gezien. Jezus heeft de straf voor Zijn volgelingen gedragen. In het schema staat, dat de dood van de mensen op Jezus is overgegaan. Dit klopt ook. Jezus heeft echter de dood overwonnen (Openb 1:18), zodat Hij weer opgestaan is, en Zijn volgelingen straks voor eeuwig met Hem samen zullen zijn.

Bent u daar ook bij?

(Peter Ju)