Kop
Bijbelstudie
Maak uw keuze:

De Gemeente van Jezus Christus

Inhoudsopgave

  1. Wat is de Gemeente?
  2. Wat is de grondslag van de Gemeente?
  3. Wie behoren tot de Gemeente?
  4. Hoe word je deel van de Gemeente?
  5. Moet je je dan nog ergens bij aansluiten?
  6. Waartoe dient de Gemeente?
  7. Wat houdt dit dan in?
  8. Wie moet(en) dit alles organiseren en doen?
  9. Is er ook voor jou een „gemeentetaak”?

1. Wat is de Gemeente?

Vaak wordt het woord „kerk” gebruikt om de Gemeente aan te geven, maar volgens het woordenboek is een kerk een gebouw voor openbare christelijke godsdienstoefening en is een Gemeente o.a. een gemeenschap van gelovigen. Het Bijbelse woord voor Gemeente is het griekse „ekklesia” wat „uitgeroepen” of „uitgeroepenheid” betekent. Dit begrip gebruikten de Grieken om alle mensen aan te duiden die behoorden tot de stadsraad, en die, van tijd tot tijd, vanuit het volk gekozen (of geroepen) werden tot de politieke vergadering. De Gemeente van Jezus Christus bestaat ook uit „uitgeroepenen” en heeft wel haar plaats, en is wel bezig, in deze wereld, maar behoort haar niet toe. Deze Gemeente is ook uitgeroepen, niet door het volk, maar door God Zelf (Joh 6:44).

2. Wat is de grondslag van de Gemeente?

Er wordt wel eens gezegd dat Petrus het fundament is van de Gemeente. Petrus betekent namelijk „rots” (Mat 16:18), maar de Bijbel is echter heel duidelijk dat Jezus Christus het fundament is (1 Kor 3:11).

De Bijbel geeft ook aan wie het hoofd van de Gemeente is (Kol 1:18a) en de Bijbel zegt ook waar de Gemeente op steunen kan, wie de hoeksteen van de Gemeente is (Ef 2:19-20).

3. Wie behoren tot de Gemeente?

We hebben al gesproken over de mens, die van God gescheiden is door de zonde, en over het verlossingsplan van God, in Zijn Zoon Jezus Christus. (Wie Hem aanvaardt gaat niet verloren, maar heeft eeuwig leven). Dit alles treft de mens als individu, omdat je niet behouden bent door het geloof van je ouders, maar alleen door een persoonlijk geloof in Jezus Christus. Maar het christendom is geen persoonlijke zaak. God wil dat wij ťťn lichaam, de Gemeente, vormen, waarin Hij wil wonen (Ef 2:21-22), 1 Kor 3:16). De Heer wil niet dat wij als los zand aan elkaar hangen maar dat wij samen ťťn lichaam vormen, waarvan Christus het Hoofd is (Kol 1:18a) en waarin heeft iedere gelovige een plaats en een taak heeft (Ef 4:11-16).

4. Hoe word je deel van de Gemeente?

Niet door natuurlijke geboorte, en ook niet omdat je ouders naar een kerk gingen of nog steeds gaan, of omdat je vroeger als kind gedoopt bent. Je kunt ook geen officiŽel lidmaatschap aanvragen of je „inkopen”. Maar, als je je bekeert en Jezus Christus als persoonlijke Redder en Heer in je leven aanvaardt, stort God Zijn Heilige Geest in je uit. Als je voor Jezus kiest, word je door God zelf toegevoegd aan Zijn Gemeente (Hand 2:38, Hand 2:41).

5. Moet je je dan nog ergens bij aansluiten?

Uit het voorgaande blijkt wel dat je als christen niet kan zeggen: „Ik wil nergens bijhoren”, want, door je leven aan Christus te geven, hoor je automatisch bij de Gemeente. Het is daarom niet zo moeilijk om te weten wat de Heer van ons verwacht, wanneer wij „de Geest om Gods kinderen te zijn” eenmaal hebben ontvangen (Rom 8:14-15). Voor allen die op de pinksterdag tot geloof kwamen, was het echt geen vraag of zij bij elkaar hoorden en eendrachtig bezig moesten zijn, dat was vanzelfsprekend (Hand 2:44, Hand 2:46). Daarom was Paulus niet alleen bezig om het Evangelie te verkondigen, waardoor velen tot geloof kwamen (en dus deel uit gingen maken van de Gemeente). Overal waar mensen tot geloof kwamen, werkte hij er hard aan dat zij samen een plaatselijke Gemeente gingen vormen, met hun eigen oudsten (Hand 14:23). Zelfs lang nadat hij ergens weggegaan was, ging Paulus nog door om de verschillende gemeentes die hij, of iemand anders, gesticht had, verder op te bouwen d.m.v. zijn brieven.

Het is vanuit het Nieuwe Testament duidelijk dat je niet kunt stellen dat je je niet bij een plaatselijke Gemeente moet aansluiten. Een gelovige, die op zichzelf wil blijven, loopt het gevaar dat hij of zij geestelijk uitdooft, zoals een gloeiend stuk hout langzaam uitdooft als het uit het vuur wordt weggehaald.

6. Waartoe dient de Gemeente?

Er zijn vier aspecten. We zouden kunnen zeggen dat de bijbelse Gemeente haar activiteiten in vier richtingen uitbreidt:

  1. Naar God toe
  2. Naar zichzelf toe
  3. Naar de wereld toe
  4. Naar de bovennatuurlijke wereld toe

Ad 1. Naar God toe:
De wereld als geheel kent God niet, leeft in vijandschap met Hem en het is slechts door de Gemeente dat God nog eer ontvangt en gediend wordt.

Ad 2. Naar zichzelf toe:
Als Gemeente hebben wij als gelovigen gemeenschap met elkaar en ontvangen wij onderwijs en opbouw. Zo groeien wij naar het beeld van Christus toe, die het Hoofd is van de Gemeente (Ef 4:15).

Ad 3. Naar de wereld toe:
Gods Woord verkondigen over de gehele wereld (1 Pet 2:9).

a. Met evangelisatie.
Als zendeling het Evangelie verkondigen (Marc 16:15).

b. En met dienstbetoon.
Dit kan de Gemeente doen door (plaatselijke) acties te organiseren, maar ook door zendelingen uit te zenden of te ondersteunen.

Ad 4. Naar de bovennatuurlijke wereld toe:
Manifestaties van Gods macht (Ef 3:10). Zijn machtige werk is niet te stuiten.

Het is niet alleen omdat we ons persoonlijk onderwerpen aan Christus, dat we deel krijgen aan het Lichaam, de Gemeente, maar ook omdat wij ons laten invoegen in de plaatselijke Gemeente. Als iemand dus christen wordt door persoonlijk geloof in Jezus Christus, wordt hij of zij:
- ergens uitgetrokken (verlost): namelijk uit de wereld die in de duisternis is (Kol 1:13a).
- en ergens ingevoegd namelijk in het huisgezin van God, de Gemeente (Kol 1:13b-14, Ef 2:19).
Het is net als met de bouw van een huis. De individuele stenen (de gelovigen) worden gevoegd met cement (de liefde) tot een geestelijk huis (de Gemeente). Het is dus niet voldoende, dat je kunt zeggen: „Ik ben een kind van God, Jezus Christus is mijn Heer!” Je wordt pas nuttig voor Gods doel met deze wereld als je werkelijk, praktisch, deel uitmaakt van de Gemeente. Je zult je dus moeten aansluiten bij andere christenen, zodat je samen sterk kunt staan, en elkaar aanvullen.

7. Wat houdt dit dan in?

Lid zijn van een plaatselijke Gemeente betekent veel meer dan 's-zondags „naar de kerk gaan”. Een bijbelse Gemeente is niet iets waar je alleen naar toe gaat op zondag, maar het is een doorlopende bezigheid. Je eigen lichaam „werkt” ook niet op maar ťťn dag in de week. Gemeentelid zijn betekent dat je voor elkaar moet klaarstaan en dat er dus een beroep op je gedaan kan worden om iets te doen. En dan vooral het samen doen, samenzijn en samenkomen.

Op zondag:
- in de eredienst.

Tijdens Bijbelstudie:
- door onderlinge toerusting, van elkaar leren.

Op de bidstond:
- door voorbede (geestelijke strijd, zoeken naar Gods wil)

In samenkomsten of acties die ten doel hebben het evangelie aan ongelovigen bekend te maken:
- door evangelisatie en zending vanuit de Gemeente.

8. Wie moet(en) dit alles organiseren en doen?

Velen denken dat de Raad in de Gemeente verantwoordelijk is voor het organiseren en uitwerken van al deze aspecten, waarbij de gemeenteleden alleen maar ingeschakeld worden wanneer dit nodig is. Dat is echter niet wat God ons in Zijn Woord laat zien (Ef 4:11-12, Ef 4:16). Het zijn dus alle heiligen samen (het gehele lichaam) die verantwoordelijk zijn, en zich samen moeten inzetten voor de opbouw van de plaatselijke Gemeente waar zij zich hebben laten invoegen. Hiervoor worden zij toegerust door degenen die in de Gemeente leiding geven.

9. Is er ook voor jou een „gemeentetaak”?

Ja, want het is een priesterschap van alle gelovigen (1 Pet 2:9-10). God heeft ons allemaal bepaalde gaven gegeven (Rom 12:3-8). Hier zien we dat niet iedereen dezelfde taak heeft. Er is een duidelijke verscheidenheid, die afhankelijk is van de gave(n) zoals God ons die toebedeelt, zodat wij in de Gemeente, maar ook als Gemeente, kunnen functioneren. De Gemeente is dan juist de plaats waar we ontdekken welke gaven(n) en talenten God ons heeft gegeven met het oog op de Gemeente (1 Kor 12:4-7).