Kop
Bijbelstudie
Maak uw keuze:

Het Brood dat eeuwig Leven geeft

Toen de Here Jezus de mensenmenigte in Kafarnaüm, aan het Meer van Tiberias (ook wel het Meer van Galilea genoemd), toesprak, zei Hij hun, dat de mensen geen voedsel moesten zoeken dat vergaat, maar voedsel dat niet vergaat (Joh 6:27). De mensen die Hij toesprak waren Hem achternagekomen (Joh 6:24) het meer over, want Hij had de dag ervoor aan de andere kant van het meer een groot wonder verricht. Hij had daar een grote menigte van 5000 man (vrouwen en kinderen niet meegerekend) gevoed (Joh 6:10) met vijf gerstebroden en twee vissen (Joh 6:9) en iedereen was verzadigd (Joh 6:12-13). Dat Hij nu aan de andere kant van het meer ergens in de buurt van Kafarnaüm zou zijn was aannemelijk, want Kafarnaüm was de woonplaats van de Here Jezus (Mat 4:13). Ze zochten Hem daar dus op, omdat de maaltijd hun goed bevallen was en ze nog wel zo'n heerlijke gratis maaltijd met vis wilden hebben. (Joh 6:26). Jezus vertelde hun echter, dat ze verkeerd bezig waren, en dat ze voedsel moesten zoeken, dat niet vergaat (Joh 6:27). Wat Hij hiermede bedoelde, begrepen de mensen niet, zodat ze Hem om uitleg vroegen (Joh 6:28). Het antwoord was, dat zij in Hem moesten geloven (Joh 6:29), omdat Hijzelf het Brood was, dat het eeuwige leven geeft (Joh 6:35). De Joden protesteerden, dat omdat Jezus zichzelf bedoelde (Joh 6:41) en daarom legde Hij het nogmaals uit (Joh 6:43-51). Hij blijft er hier op hameren, dat Hijzelf het levende Brood is, Zijn eigen Lichaam. Van dit Lichaam moet men eten om eeuwig leven te krijgen (Joh 6:53-58).

Al deze teksten verwijzen naar Zijn dood op het kruis, waarmee Hij Zijn eigen Lichaam offerde (1 Pet 2:24) om degenen die in Hem geloven, vrij te kopen van de zonde en de dood (Joh 19:30). In deze tekst staat „Het is volbracht”. In de oorspronkelijke Griekse tekst staat hier (tetelestai). Dit kan behalve „Het is volbracht” ook betekenen: „Het bevel is uitgevoerd”, „De rekening is vereffend” of „De prijs is betaald”. Deze tekst wil dus eigenlijk ook zeggen: „Gods bevel is uitgevoerd”, „De schuld is vereffend” ofwel: „De losprijs is betaald”.

Ook in het Heilig Avondmaal wordt herdacht dat Zijn Lichaam als brood verbroken werd, om degenen die dit offer willen aannemen, te redden (1 Kor 10:16-17, 1 Kor 11:23b-26). Zonder deel te hebben aan het Brood dat Leven geeft, is er geen verlossing en geen eeuwig leven. Toen Jezus geboren werd, was Hij al voorbestemd om het Levende Brood te zijn. Hij werd geboren te Bethlehem. De naam van deze plaats betekent: „Broodhuis”. Toen Jezus geboren was, werd Bethlehem het huis van het Levende Brood.

Hij werd geboren in een voederbak (Luc 2:6-7, Luc 2:12), of een kribbe, zoals in de oude NBG-vertaling staat. Beide vertalingen zijn echter ongelukkig gekozen. Beide vertalingen doen vermoeden, dat het Kindje Jezus in een stal geboren werd, waar een voerbak stond. Dit is niet Bijbels. De Bijbel leert, dat de Here Jezus in een huis geboren werd! De wijzen uit het oosten (De NBV-vertaling noemt ze magiërs) kwamen het pasgeboren kind bezoeken (Mat 2:1-2). Nadat de ster ze de weg gewezen had vonden ze het kind in een huis! (Mat 2:11a). In de oorspronkelijke Griekse tekst staat hier (oikian). Dit komt van het woord „oikia”. Dit betekent: huis, bewoond gebouw, huishouding of gezin. Dat is dus zeer zeker geen stal! In een stal wonen geen mensen, maar beesten. De Bijbel vermeldt niets over de geboorte in een stal! Ook wordt er niets in de Bijbel vermeld over dieren, zoals een os of een ezel, die er bij de geboorte aanwezig geweest zouden zijn, of dat het Kind in hooi of stro gelegen zou hebben. Het idee, dat Jezus in een stal geboren zou zijn is misschien ontstaan vanwege de krib, of voederbak waar Hij in lag, in combinatie met de herders, die daar in de buurt waren en om aan te geven, dat Hij arm was. Ook dat laatste staat echter niet in de Bijbel. Het gezin was beslist niet rijk, want bij de reinverklaring, die volgens wettelijk voorschrift ruim een maand na de bevalling moest geschieden, was er slechts geld voor twee tortelduiven (Luc 2:24). Dat was het kleinste offer dat bij deze gelegenheid nog volstond. De wet schreef eigenlijk een eenjarige ram + een jonge (tortel)duif voor (Lev 12:6). Alleen als er niet genoeg geld was, volstonden twee tortelduiven of twee jonge duiven (Lev 12:8). Straatarm waren ze echter ook niet, want Jozef had een normaal inkomen van een handarbeider. Hij was timmerman (Marc 13:55) en geen bedelaar.

Rondom het kerstverhaal zijn met de loop der tijd vele verzinsels ontstaan, die absoluut onbijbels zijn. Zoals gezegd, Jezus is in het huis geboren. Niemand zet echter een voederbak voor het vee in zijn huis. Dat deden ze ook in de tijd van Jezus niet. Het oorspronkelijke Griekse woord, dat als voederbak, of kribbe vertaald is, is (phatne). Dit woord is afgeleid van het Griekse woord „pateomai”, dat „eten” betekent. Een „phatne” was dus een ding, doorgaans een houten bak, dat gebruikt werd voor het eten. Men kon er eten in doen voor dieren of mensen. Een voerbak of kribbe, is dus een „phatne”. Maar een „phatne” werd ook veel gebruikt om voedsel te bewaren. Vooral voor brood werd hij veel gebruikt. Dit woord kan daarom ook broodkist of broodbak betekenen. En zo'n broodkist vind je wel in de huizen uiteraard. Jezus was het levende Brood. Hij werd geboren in Bethlehem, dat Broodhuis betekent, en werd in een broodkist gelegd!

In die tijd werd het brood, voordat het in de broodbak gedaan werd, doorgaans in een doek gewikkeld, om het vers te houden en tegen ongedierte. Ook het Kindje Jezus werd in een doek gewikkeld. Zo was Hij bij Zijn geboorte al het Levende Brood voor de mensen, dat uit de hemel was neergedaald! (Joh 6:51). Hij was geen voer voor dieren in een voederbak, maar Levend Brood voor mensen in een broodbak. (Het is volstrekt ondenkbaar dat een rechtgeaarde Jood een kind in een onhygiënische ruimte van een stal geboren zou laten worden, en het daarna in een voederbak zou leggen, waar onreine dieren, zoals bijvoorbeeld kamelen eventueel uit gegeten zouden kunnen hebben.)

Dat doek, die broodkist (foutieve vertaling: voederbak) en de plaats van geboorte (Bethlehem = broodhuis) waren symbolisch voor wat Jezus hier op aarde was: het Levende Brood uit de hemel. Vandaar dat het doek en die broodkist twee keer in Lucas vermeld staan:
1. Bij de vermelding van de geboorte (Luc 2:6-7).
2. Bij wat de engel tegen de herders zei (Luc 2:12).
Hij kwam als Brood ter wereld voor de zonden van de mensen!

Zoals gezegd, kwam hij in een huis ter wereld, en niet in een stal. De Bijbel zegt, dat er voor Hem geen plaats was in de herberg, het gebruikelijke nachtverblijf voor vreemdelingen in de stad. Dit komt, omdat de herbergen er in die tijd anders uitzagen dan de tegenwoordige herbergen. Meestal waren er slechts twee slaapruimten, een slaapzaal voor de mannen en een slaapruimte voor de vrouwen. Voorts was er een ruimte voor de lastdieren (meestal de binnenplaats) en een eetruimte. De mannen en vrouwen sliepen dus gescheiden in zo'n herberg. De hoogzwangere Maria zou dus in de vrouwenslaapzaal hebben moeten slapen, met het grote risico, dat ze daar zou gaan bevallen. Dit is de reden, dat er geen plaats voor hun was in de stadsherberg. Bovendien was een vrouw na de bevalling van een zoon meer dan een maand onrein (Lev 12:1-4). Al zou de herberg vrijwel leeg geweest zijn, dan nog was er voor hen geen plaats. Ze hebben dus vervangende ruimte voor hen gezocht en gevonden, een kamertje ergens in een huis, waar Maria rustig kon bevallen.

Daar, op die plek, in dat kamertje, is het Levende Brood, Gods cadeau voor de mensen, het Volmaakte Offer, het Volkomen Offer, dat later voor de mensen geslacht zou worden, ter wereld gekomen!

(Peter Ju)